“In Libië en Syrië was het elke dag gevaarlijk”

De familie Khanjar moest twee keer vluchten. Eerst uit Syrië, toen uit Libië.

khanjar-familie

Aankomst in Noordwijk met Nederlands ontvangstcomité. Bahaa’s echtgenote Eiman (Links, met de Nederlandse vlag), hun dochter Tala (13), zonen Majed (10) en Wared (8), dochter Roud (5), en Bahaa rechts.

De Syrische Bahaa Khanjar stapte in Libië op een boot om de Middellandse Zee over te steken. Het was een gevaarlijke tocht. De boot ging kapot en dobberde vijf dagen op zee. “Er was geen eten en nauwelijks water.” Ze werden uiteindelijk opgepikt door een schip. Bahaa: “Die oversteek was 5 dagen vol gevaar, maar in Libië en Syrië was het elke dag gevaarlijk.” Zijn vrouw en kinderen kwamen later met het vliegtuig naar Nederland.

De eerste maanden in Nederland waren voor het gezin een moeilijke periode. De familie moest meerdere keren verhuizen. “Maar de kinderen waren zo blij. Ze konden eindelijk buitenspelen en naar school.”

Vier jaar geleden is de familie uit Syrië gevlucht. Bahaa werkte als arts in een stad vlakbij Damascus: “We hadden veel problemen, ik werd gezocht door de overheid omdat ik gewonde mensen heb geholpen die ik volgens hen niet had mogen helpen.”

Bahaa, zijn vrouw en hun vier kinderen vluchtten naar Libië, omdat Bahaa daar werk kon vinden als arts. “Het was daar niet goed voor de kinderen. Het was onveilig en ze konden niet naar school. Ik ben drie keer overvallen toen ik overdag naar de bank ging om geld te halen.” De familie besloot daarom opnieuw te vluchten, ditmaal naar Europa.

Bahaa heeft 15 jaar gewerkt als uroloog, maar kan hier niet zijn beroep uitoefenen. “Ik moet eerst staatsexamen Nederlands halen, en vervolgens examen doen als basisarts. Dat examen heb ik in 1998 gedaan in Syrië. Daarna moet ik me opnieuw specialiseren. Dat is de regel in Nederland.” Van oud-collega’s die ook zijn gevlucht naar Europa, hoort hij dat de regels anders zijn in Duitsland en Zweden: “Zij mogen als assistent meelopen met een arts, daarna beslissen de artsen waarmee ze werken of de persoon geschikt is voor het beroep.” Khanjar heeft een ziekenhuis in de buurt benaderd of hij ook mocht meelopen: “ja, ik mocht meelopen in de keuken.”

Bahaa hoopt ooit weer als arts te kunnen werken. “Of een ander medisch beroep.” Naast Nederlandse les, werkt hij ook als coördinator in een taalschool en doet hij vrijwilligerswerk bij het initiatief Syriërs gezond. In maart 2016 is hij voor een maand naar het Griekse eiland Lesbos gegaan om te werken voor de organisatie Dokters van de Wereld: “Het voelde heel goed om mensen te helpen.”