Onze collega in Syrië: “Als je bang bent, moet je het niet doen”

De Nederlandse Jolanda van Dijk werkt voor UNHCR in Damascus, Syrië. “Ook al is er oorlog, het leven gaat gewoon door. We gaan nog gewoon uit eten, naar bruiloften.”

A UNHCR worker warms the hands of a woman in a wheelchair as local people come to watch aid workers offload desperately needed supplies from a convoy of inter-agency trucks in Mouadamiyeh in rural Damascus. ; After three years under siege, bombarded and starved, the rebel-held Damascus suburb of Mouadamiyeh finally surrendered to Syrian Government forces in early September 2016. A peace deal meant civilians and rebels were evacuated to other parts of the country while those who remained were able to access vital food supplies and humanitarian aid. On 22 and 24 September, a UNHCR relief convoy of trucks and staff arrived as military blockades preventing access were lifted. UNHCR staff were assisted by Syrian Arab Red Crescent volunteers and teams from other UN agencies. Despite routine blocking of UN aid, since the beginning of 2016 the UN and its partners have successfully provided assistance to 1.2 million civilians in besieged locations.

Jolanda heeft de afgelopen jaren gewerkt in Afghanistan, Republiek Congo, Democratische Republiek Congo, Macedonië, Oost-Timor, Haïti, Liberia, Myanmar, Jordanië, Libanon, de Palestijnse gebieden, Pakistan, en sinds 2016 zit ze in Syrië. Ze is hoofd van het UNHCR-kantoor voor de regio Damascus: de Syrische hoofdstad en het omliggende platteland. Ze stuurt hier een team aan van 40 mensen.

“De situatie in Damascus is aan het verbeteren. Vorig jaar waren er dagelijks bombardementen, nu is dat 1 of 2 keer per week. We maken ons vooral zorgen over verdwaalde kogels en mortieren.”

Bang is ze nooit. “Als je bang bent, moet je het niet doen.” Ze heeft tijdens haar jaren in het veld wel vaker in een benarde situatie gezeten. “In de Republiek Congo ben ik gegijzeld door een aantal vluchtelingen in het kamp. We hadden te weinig pakketten om aan iedereen uit te delen. Dit zorgde voor veel onvrede, en een aantal mannen wilde me toen niet meer laten gaan.” Jolanda was de enige internationale medewerker, en verantwoordelijk voor drie vluchtelingenkampen met vluchtelingen uit de Democratische Republiek Congo. “Deze kampen lagen ontzettend afgelegen, midden in de bush. We konden ze alleen bereiken per speedboot, en dat was 5 tot 6 uur varen.”

Het leger kwam om Jolanda te bevrijden. “Mijn eigen staf heeft me gelukkig het kamp uit gekregen. Ik was niet bang, maar vooral erg boos. Doordat ik heen en weer gesleept werd, was ik bont en blauw.” UNHCR dreigde met het stoppen van het werk in deze vluchtelingenkampen. Jolanda is echter teruggekeerd naar haar werk daar. “Maar pas nadat ze hun verontschuldigingen hadden aangeboden.”

Jolanda heeft voor veel VN-organisaties gewerkt, maar UNHCR heeft een streepje voor: “Mijn eerste ervaring met UNHCR in Afghanistan was heel goed, dus het was een bewuste keuze om terug te keren naar UNHCR. Het mandaat is goed omschreven, je weet wat je moet doen, en voor wie je het doet.”

Tijdens haar werk in Syrië spendeert ze veel tijd buiten kantoor. “Daar kunnen we zien wat voor hulp mensen nodig hebben.” Onderdeel van haar werk in Syrië zijn de inter-agency konvooien, waarmee UNHCR, andere VN-organisaties en partners noodhulp bezorgen aan belegerde en afgelegen gebieden. “Ik neem altijd een boek mee, want het is vaak erg lang wachten.” Het wachten kan soms ruw verstoord worden. “Laatst werden de vrachtwagens van ons konvooi beschoten. Wij rijden in gepantserde wagens, maar de vrachtwagens hebben dat niet. De chauffeur was zwaargewond geraakt.”

Onderdeel van haar werk is het inventariseren van de behoeften van vluchtelingen, intern ontheemden en mensen die terugkeren naar huis. “We passen de kits (noodhulppakketten) steeds aan. Afgelopen zomer hebben we vanwege het gebrek aan elektriciteit solarlampen en solarventilators aan de kits toegevoegd. Die waren een groot succes.” Voor de komende winter kijken ze naar een nieuw soort kachel, omdat brandstof schaars is. “In de winter wordt het hier bitterkoud, ik draag dan gewoon mijn winterkleding uit Nederland.”