Ontheemde mensen in Jemen hebben dringend onderdak en eten nodig

AMRAN, Jemen – Het is al na de middag, een tijd dat Mariam normaal gesproken begint met het bereiden van de lunch voor haar kinderen. Maar vandaag hebben zij zelfs nog niet ontbeten; het gedoofde vuur in de hoek van hun tent is een trieste herinnering aan dat ze al meer dan een dag niet hebben gegeten.

Mariam gaat water halen voor haar familie. © UNHCR/Jean Nicolas Beuze

Mariam gaat water halen voor haar familie. © UNHCR/Jean Nicolas Beuze

“Hier kook ik, en hier slapen we.” Mariam wijst naar een klein hoopje as, omringt door stenen. Daarnaast ligt een versleten tapijt die op vloer van de donkere en vervallen schuilplaats is uitgespreid. “Meestal eten we maar één keer per dag. Ik heb geen brandstof of brandhout, dus we verbranden plastic flessen en afval als we iets hebben om te koken” zegt ze.

In 2015 werden Mariam (50 jaar) en haar familie gedwongen hun huis in Sa’ada, Noordwest-Jemen, te ontvluchten. Samen met 136 andere families moet ze nu een dagelijkse strijd leveren om te overleven. Al deze mensen zitten nu vast in het Kharif district in Amran, ten noorden van de hoofdstad Sana’a.

Mariam is weduwe en heeft zelf zes kinderen. Ze adopteerde zeven neefjes en nichtjes nadat haar broer en vrouw waren omgekomen bij een bombardement. Mariam is ondervoed en kwetsbaar en moet nu in haar eentje 13 kinderen verzorgen en voorzien van eten.  

“Meestal eten we maar één keer per dag”

Mensen in Jemen zijn het slachtoffer van het aanhoudende geweld. De minderheden in het land worden het hardst geraakt omdat zij ook te maken hebben met discriminatie en armoede. De Muhamasheen gemeenschap is de minderheidsgroep waartoe Mariam behoort.

De diepgewortelde discriminatie waarmee deze gemeenschap te maken heeft, is verbonden aan hun etniciteit. Volgens sommige, stamt de Muhamasheen gemeenschap af van Afrikaanse slaven die in de zesde eeuw naar de regio zijn gebracht. De meeste wonen in sloppenwijken aan de rand van steden. Ze hebben weinig economische kansen en vrijwel geen toegang tot basisvoorzieningen zoals water, sanitair, en onderwijs.

Mariam is ondervoed en moet nu in haar eentje 13 kinderen voeden en verzorgen. © UNHCR/Jean Nicolas Beuze

Mariam is ondervoed en moet nu in haar eentje 13 kinderen voeden en verzorgen. © UNHCR/Jean Nicolas Beuze

Om het gevoel van marginalisering van deze groep te verlichten, heeft de overheid in Sana’a hen onlangs omgedoopt tot ‘de kleinkinderen van Bilal’, als eerbetoon aan een historisch figuur die zeer gerespecteerd wordt in de moslimwereld. Bilal was een voormalige Afrikaanse slaaf en naaste metgezel van de profeet Mohammed die de eerste oproep tot gebed leidde.Voordat Mariam de bombardementen ontvluchtte, werkte ze als huishoudster om geld te verdienen zodat ze haar gezin kon onderhouden. Maar sinds ze op de vlucht is heeft ze geen werk meer. Hierdoor kan ze zich geen schoolspullen veroorloven of de 12.000 Jemenitische rials (ongeveer $ 20) die het kost om identiteitsdocumenten voor haar kinderen te kopen.

“In de nacht is het erg koud, maar we hebben niet voor iedereen een deken”

Door het tekort aan inkomen kunnen maar vier van haar kinderen naar school. “Ik heb geen geld om boeken of uniformen voor ze te kopen. We hebben nauwelijks genoeg om één maaltijd per dag te betalen,” zei Mariam. Haar geadopteerde zoon Hassain (20 jaar) verdient een beetje geld door recyclebaar afval in te zamelen en te verkopen.

Het ontbreken van identiteitsdocumenten betekent voor Mariam en haar kinderen, dat ze vaak niet in aanmerking komen voor voedsel en andere vormen van humanitaire hulp. “In de nacht is het erg koud, maar we hebben niet voor iedereen een deken, dus één deken wordt gedeeld door drie,” zegt Mariam, wijzend naar een klein stapeltje opgevouwen dekens in de hoek van de tent.

Mariam, een weduwe met zes kinderen, adopteerde zeven van haar nichtjes en neven nadat haar broer en zijn vrouw waren omgekomen bij het bombardement dat haar dwong het huis te verlaten. © UNHCR/Jean Nicolas Beuze

Mariam, een weduwe met zes kinderen, adopteerde zeven van haar nichtjes en neven nadat haar broer en zijn vrouw waren omgekomen bij het bombardement dat haar dwong het huis te verlaten. © UNHCR/Jean Nicolas Beuze

Hoewel het werkelijke aantal mensen uit de Muhamaseen gemeenschap niet bekend is, lopen de schattingen uiteen van 1,5 miljoen tot 3,5 miljoen mensen. De meeste mensen wonen in de gouvernementen Al Hudaydah, Taizz, Ibb, Lahj, Mahaweet, Hajjah en Hadramout.

Zes jaar conflict heeft al bijna vier miljoen mensen in Jemen gedwongen om binnen de landsgrenzen te vluchten. De overgrote meerderheid van hen (76 procent) zijn vrouwen en kinderen. Alleen al in 2020 raakten ongeveer 172.000 mensen ontheemd in eigen land.

UNHCR biedt noodhulp aan deze groep ontheemde met onderdak en cash assistance; financiële hulp zodat zij datgene kunnen kopen wat zij heet meest nodig hebben. UNHCR heeft Mariam en haar kinderen verschillende keren financiële hulp geboden, waardoor zij – en een miljoen andere ontheemden in Jemen – voedsel kunnen kopen. UNHCR levert ook essentiële items, zoals matrassen, keukensets en bouwmateriaal voor onderkomens.

In overleg met partners houdt UNHCR toezicht op de behoeften van de ontheemde gezinnen. Zo identificeren we de meest kwetsbaren en kunnen we hen toegang tot humanitaire hulp garanderen, inclusief juridische bijstand om identiteitspapieren te verkrijgen.

Helaas moeten miljoenen mensen in Jemen nog altijd vechten om te overleven. UNHCR is getuige van een piek in de behoeften van deze mensen. Door aanhoudende conflicten en de pandemie kunnen mensen steeds moeilijker aan inkomen komen waardoor ze niet meer kunnen voorzien in hun absolute basisbehoeften.

Met de grote dreiging van hongersnood in verschillende delen van het land, laten cijfers zien dat ontheemde gezinnen een bijzonder risico lopen op honger. Vooral gezinnen met een vrouwelijk hoofd, zoals dat van Mariam.