65 jaar na baanbrekend verdrag roept UNHCR op tot hernieuwde maatregelen om staatloosheid te voorkomen
65 jaar na baanbrekend verdrag roept UNHCR op tot hernieuwde maatregelen om staatloosheid te voorkomen
Azariah Samuel (links) en zijn gezin in Nairobi in 2024, vier jaar nadat zij en andere leden van de Shona-gemeenschap het Keniaanse staatsburgerschap hadden gekregen.
Dit is een samenvatting van de uitspraken van Elizabeth Tan, directeur Internationale Bescherming en Oplossingen bij UNHCR – aan wie de geciteerde tekst kan worden toegeschreven – tijdens de persconferentie in het Palais des Nations in Genève.
GENÈVE – 65 jaar na de totstandkoming van het Verdrag tot Beperking der Staatloosheid van 1961 roept UNHCR, de VN-Vluchtelingenorganisatie, op tot hernieuwde politieke inzet om ervoor te zorgen dat iedereen het recht op een nationaliteit kan genieten.
Wereldwijd zijn er naar schatting 4,5 miljoen mensen die staatloos zijn of waarvan de nationaliteit onbekend is. Nog eens miljoenen mensen worden hierdoor getroffen, maar blijven onzichtbaar in officiële statistieken. Voor hen is staatloosheid een dagelijkse realiteit die hun leven volledig kan lamleggen en vaak generaties lang in een vicieuze cirkel van uitsluiting en onzekerheid gevangen houdt. Het kan betekenen dat ze geen identiteitsdocumenten kunnen verkrijgen, niet naar school kunnen gaan, geen toegang hebben tot gezondheidszorg of niet legaal kunnen werken. In veel gevallen kan het mensen beletten de geboorte van hun kind te registreren, te trouwen, eigendom te bezitten, een bankrekening te openen of vrij te reizen.
De internationale rechtskaders zijn in reactie op deze realiteit tot stand gekomen. Het Verdrag van 1954 betreffende de status van staatlozen voorzag in bescherming voor mensen die al staatloos waren. Het Verdrag van 1961 ging nog een stap verder en creëerde waarborgen om te voorkomen dat staatloosheid überhaupt ontstaat, waaronder maatregelen om ervoor te zorgen dat kinderen niet staatloos worden geboren en dat mensen hun nationaliteit niet verliezen als dit tot staatloosheid zou leiden.
Vandaag de dag zijn 82 staten partij bij het Verdrag van 1961, waarbij Slovenië, Zuid-Soedan en Sao Tomé en Principe tot de meest recente toetreders behoren. Maar juridische toezeggingen alleen zijn niet voldoende. UNHCR roept staten op om toezeggingen om te zetten in resultaten; staatlozen te beschermen en wegen naar de nationaliteit te bieden, discriminerende nationaliteitswetten en -praktijken die nieuwe gevallen van staatloosheid veroorzaken te hervormen, toe te treden tot de VN-verdragen inzake staatloosheid, en zich aan te sluiten bij de Global Alliance to End Statelessness voor collectieve actie.
Er zijn duidelijke aanwijzingen dat vooruitgang mogelijk is. Sinds 2014 hebben meer dan 650.000 staatlozen een nationaliteit verkregen of hun nationaliteit bevestigd, terwijl 94 landen hun nationaliteitswetgeving hebben aangescherpt om staatloosheid te helpen voorkomen.
Veel landen hebben belangrijke doorbraken gerealiseerd. In 2019 was Kirgizië het eerste land dat alle bekende gevallen van staatloosheid op zijn grondgebied heeft opgelost, gevolgd door Turkmenistan in 2024. Tussen 2021 en 2023 heeft Kenia de nationaliteit toegekend aan duizenden voorheen staatloze mensen uit de minderheidsgroepen Makonde, Pemba en Shona. In 2025 was Noord-Macedonië het eerste land in de regio dat alle bekende gevallen van staatloosheid als gevolg van het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië heeft opgelost.
In Thailand hebben meer dan 120.000 staatlozen de nationaliteit of een permanente verblijfsvergunning verkregen via versnelde procedures die in 2025 zijn ingevoerd. Chili en de Filippijnen hebben onlangs hun wetgeving aangepast om de waarborgen tegen staatloosheid bij kinderen te versterken. In Syrië hebben recente maatregelen de weg vrijgemaakt naar de nationaliteit voor in aanmerking komende leden van Koerdische gemeenschappen die decennialang met rechtsonzekerheid te maken hadden.
Toch blijven de oorzaken van staatloosheid diep geworteld, waaronder discriminatie in nationaliteitswetten en -praktijken, lacunes in de nationaliteitswetgeving en willekeurige ontneming van de nationaliteit. In 24 landen kunnen vrouwen hun kinderen nog steeds niet op gelijke voet met mannen de nationaliteit verlenen.
Er doen zich ook nieuwe uitdagingen voor. Klimaatverandering kan het risico op staatloosheid vergroten, met name wanneer mensen ontheemd raken of documenten verloren gaan tijdens rampen, en de kwetsbaarheid van degenen die al staatloos zijn, vergroten.
Staatlozen spelen een steeds prominentere rol bij het zoeken naar oplossingen. Door staatlozen geleide organisaties pleiten voor wetshervormingen, brengen belemmeringen in kaart en helpen bij het vormgeven van beleid dat rechtstreeks van invloed is op hun gemeenschappen. UNHCR werkt samen met deze organisaties, regeringen en partners om staatloosheid te voorkomen en op te lossen door middel van juridisch en beleidsadvies, ondersteuning bij geboorteregistratie en verbeterde toegang tot nationaliteitsprocedures en documentatie.
Staatloosheid is te voorkomen en op te lossen. Wat nodig is, is de politieke wil om actie te ondernemen. Vijfenzestig jaar na de belofte van het Verdrag tot Beperking der Staatloosheid van 1961 wachten miljoenen mensen wereldwijd nog steeds op de meest fundamentele erkenning die er is: het recht op een nationaliteit. Het recht om erbij te horen.