Ipsos-UNHCR: Publieke steun voor vluchtelingen blijft stabiel na 75 jaar bescherming onder het Vluchtelingenverdrag
Ipsos-UNHCR: Publieke steun voor vluchtelingen blijft stabiel na 75 jaar bescherming onder het Vluchtelingenverdrag
Soedanese leerlingen in een vluchtelingenkamp in Ura, Ethiopië.
Uit een nieuw Ipsos-onderzoek in samenwerking met UNHCR blijkt dat de steun voor vluchtelingen sterk blijft, ondanks toenemende wereldwijde onzekerheid. Tegelijkertijd vragen veel mensen zich af hoe vluchtelingenbescherming in de praktijk werkt. Opvattingen verschillen bovendien sterk per land en generatie.
GENÈVE – De publieke steun voor vluchtelingen blijft opmerkelijk sterk, ondanks jaren van politieke onrust, sociaaleconomische druk in opvanglanden en gepolariseerde debatten en beleidsmaatregelen rond migratie. Dat blijkt uit een nieuw wereldwijd onderzoek van Ipsos, gepubliceerd in samenwerking met UNHCR, de VN-Vluchtelingenorganisatie.
Uit het recente onderzoek blijkt dat 66 procent van de respondenten in 29 landen vindt dat mensen die vluchten voor oorlog of vervolging bescherming moeten kunnen zoeken in een ander land. Dat is slechts een daling van één procentpunt ten opzichte van 2025 en vergelijkbaar met het niveau van vóór de coronapandemie.
De resultaten wijzen niet op een afnemende steun voor vluchtelingenbescherming. Veel mensen vinden dat veiligheid moet worden geboden aan mensen die gedwongen zijn te vluchten, maar maken zich tegelijkertijd zorgen over asielsystemen, grensbeheer en integratie.
Er bestaat geen eenduidige wereldwijde kijk op vluchtelingen. Opvattingen worden beïnvloed door lokale omstandigheden, berichtgeving in de media, politieke discussies en nationale ervaringen. De steun voor vluchtelingen was het grootst in Zweden en Nederland (78 procent vond dat mensen bescherming moeten kunnen zoeken), gevolgd door Spanje (76 procent). In Australië, Brazilië en de Verenigde Staten waren de opvattingen over de bijdrage van vluchtelingen aan de samenleving het meest positief. In sommige landen veranderden de opvattingen in de loop van de tijd aanzienlijk. In Japan steeg de steun van 23 procent in 2019 naar 64 procent in 2026. In Frankrijk nam deze toe van 43 procent naar 68 procent in dezelfde periode.
"Mensen blijven bescherming steunen voor degenen die gedwongen zijn te vluchten. Dat is nauwelijks veranderd", zegt Trinh Tu, Managing Director van Ipsos UK. "Tegelijkertijd vragen veel mensen zich af hoe vluchtelingenbescherming in de praktijk werkt en of systemen eerlijk zijn. Die opvattingen worden vaak als tegenstrijdig gepresenteerd, maar ons onderzoek laat zien dat ze vaak naast elkaar bestaan. Het debat verschuift van de vraag óf vluchtelingen beschermd moeten worden naar vragen over systemen, uitvoering en verantwoordelijkheden. Inzicht in deze zorgen is belangrijk om het vertrouwen van het publiek te behouden."
Zo gaf 61 procent van de respondenten aan te denken dat veel mensen die vluchtelingenbescherming aanvragen mogelijk vooral gemotiveerd zijn door economische kansen of toegang tot sociale voorzieningen, en niet door een gegronde behoefte aan bescherming. Bijna de helft (49 procent) vond dat grenzen gesloten zouden moeten worden voor vluchtelingen, terwijl 44 procent denkt dat vluchtelingen succesvol zullen integreren in de samenleving.
Steun voor vluchtelingenbescherming en twijfels over de geldigheid van sommige asielaanvragen blijken vaak naast elkaar te bestaan, in plaats van tegenovergestelde standpunten te zijn.
"In een tijd waarin conflicten, geweld en vervolging miljoenen mensen blijven verdrijven, en waarin asiel steeds vaker onderwerp is van politieke discussies en misbruik, is het bemoedigend dat de steun voor vluchtelingenbescherming sterk blijft", zegt Dominique Hyde, directeur Externe Betrekkingen van UNHCR. "Het publiek blijft de principes van het Vluchtelingenverdrag, dat 75 jaar geleden werd opgesteld, breed ondersteunen. Mensen willen een eerlijk en effectief beschermingssysteem waarin verantwoordelijkheden worden gedeeld. UNHCR werkt samen met overheden om ervoor te zorgen dat asielsystemen eerlijk en effectief zijn."
Jongeren bleken positiever tegenover vluchtelingen te staan dan oudere generaties. Bijna de helft van de respondenten uit Generatie Z (geboren tussen 1997 en 2012) denkt dat vluchtelingen succesvol zullen integreren, tegenover 39 procent van de babyboomers (geboren tussen 1946 en 1964). Respondenten uit Generatie Z waren minder geneigd om grenssluitingen te steunen of te twijfelen aan de motieven van vluchtelingen. Tegelijkertijd kwamen zorgen over integratie, grensbeheer en de geloofwaardigheid van asielaanvragen in meer of mindere mate voor in alle leeftijdsgroepen.
Nu de financiering van humanitaire hulp onder druk staat, laat het onderzoek zien dat mensen steeds vaker verwachten dat de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen breder wordt gedeeld tussen overheden, internationale organisaties, maatschappelijke organisaties en andere partijen. Vergeleken met 2025 verwachten meer mensen een grotere rol van maatschappelijke organisaties (28 procent tegenover 23 procent) en hun eigen overheid (20 procent tegenover 16 procent). Tegelijkertijd vinden minder mensen dat rijkere landen de primaire verantwoordelijkheid zouden moeten dragen (21 procent tegenover 30 procent).
Op de vraag hoe zij zouden willen reageren op specifieke vluchtelingensituaties, gaven respondenten de voorkeur aan directe noodhulp, naast diplomatieke inspanningen en tijdelijke bescherming.
De resultaten laten zien dat veel mensen bescherming van vluchtelingen zien als een combinatie van verschillende oplossingen, en niet uitsluitend als hervestiging. Tegelijkertijd blijft hervestiging een essentieel traject voor bescherming van de meest kwetsbare vluchtelingen.