Training helpt gevluchte Soedanese advocaten om weer aan het werk te gaan in Tsjaad
Training helpt gevluchte Soedanese advocaten om weer aan het werk te gaan in Tsjaad
Advocate Amira Abdalla (37) liet haar pas opgerichte advocatenkantoor achter toen ze het conflict in Soedan ontvluchtte naar Tsjaad.
Amira zit temidden van een rij geïmproviseerde onderkomens die het landschap bedekken in het vluchtelingenkamp Iridimi in het oosten van Tsjaad, vlakbij de grens met Soedan. In april 2023, toen families arriveerden nadat ze waren gevlucht voor de oorlog die aan de andere kant van de grens was uitgebroken, werden veel van de nieuwe onderkomens in het kamp Iridimi haastig gebouwd met de materialen die op dat moment voorhanden waren: stokken, dekens en plastic zeilen.
Het kamp is gestaag gegroeid en biedt nu onderdak aan bijna 42.000 Soedanese vluchtelingen. Voor velen lijkt hun dagelijkse leven hier in niets op hun vroegere leven in Soedan. Velen waren gewend om te werken, anderen te helpen of verantwoordelijke functies te bekleden in hun gemeenschap. In het vluchtelingenkamp in Tsjaad zijn de dagen gevuld met het zoeken naar water, voedsel en onderdak, waardoor ze nauwelijks de kans krijgen om hun vaardigheden en ervaring in te zetten.
"Als ik in de rij sta voor water, denk ik aan waar ik vroeger was", zegt Amira, 37, die al bijna drie jaar in het kamp woont. "Ik was bijna vergeten dat ik ooit advocaat was."
Amira groeide op in El Fasher, de hoofdstad van de regio Noord-Darfur in Soedan. Haar moeder was advocate en als kind was Amira dol op films met rechtbankscènes waarin juristen namens hun cliënten overtuigende pleidooien hielden. Het was bijna onvermijdelijk dat Amira zelf rechten zou gaan studeren, haar opleiding zou afronden en later als advocate aan de slag zou gaan in Omdurman, in de staat Khartoem.
Vóór de oorlog was ze er trots op dat ze bemiddelde tussen mensen en zich openlijk inzette voor gerechtigheid. Haar dagen stonden in het teken van rechtszittingen, afspraken met cliënten en het bestuderen van rechtszaken. Begin 2023, slechts enkele maanden voordat de gevechten uitbraken, opende ze een kantoor in Khartoem, waarbij ze alles wat ze had, investeerde in het opzetten van haar eigen advocatenpraktijk.
Op de ochtend van 15 april 2023 lag Amira te slapen toen haar broer vanuit El Fasher belde en haar zei de televisie aan te zetten. De Al-Arabi-markt in Khartoem, waar ze werkte, stond in brand. Vanaf dat moment was het onveilig om je door de stad te verplaatsen. Amira keerde nooit meer terug naar haar kantoor, en in de dagen die volgden, werd het in brand gestoken.
Een beroep als doelwit
Tegelijkertijd speelde zich een soortgelijk verhaal af in West-Darfur, waar het geweld tegen advocaten soms gericht was. In Al-Geneina had Mohamed Hamid een leven opgebouwd waarvan hij nooit had gedacht dat hij het zou verlaten. Op 43-jarige leeftijd was hij advocaat, vader van vijf kinderen en een vertrouwd gezicht in zijn gemeenschap en de stad waar hij van hield.
Mohamed Hamid, een advocaat uit Al-Geneina die naar Tsjaad is gevlucht, houdt het eerste pak in zijn handen dat hij kocht toen hij advocaat werd.
"Ik ben geboren in Al-Geneina. Ik ben daar opgegroeid en heb daar gespeeld en gestudeerd. Elke hoek betekent iets voor mij."
Toen in april 2023 gevechten uitbraken, stortte het leven dat hij in de loop van decennia zorgvuldig had opgebouwd snel in. Mohamed en zijn gezin vluchtten hun huis uit met alleen de kleren die ze aanhadden. Naarmate het geweld zich uitbreidde, begonnen advocaten uit het dagelijks leven te verdwijnen.
Kort daarna raakte Mohamed gescheiden van zijn gezin. Wekenlang had hij geen enkel nieuws over waar ze waren en of ze nog in leven waren. De onzekerheid vrat aan hem.
"Ik bleef maar aan mijn vijf kinderen denken," zei hij. "De gedachte dat ik ze allemaal in één keer zou verliezen, was verpletterend."
Zijn eenzame tocht naar veiligheid was allesbehalve eenvoudig: bij zijn eerste poging werd Mohamed vastgehouden en teruggestuurd naar Al-Geneina. Uiteindelijk bereikte hij Adré, in Tsjaad, waar hij na bijna een jaar van scheiding ook weer met zijn gezin werd herenigd.
Maar ondanks de opluchting dat zijn vrouw en kinderen ongedeerd waren, voelde hij zich, zonder de mogelijkheid om zijn beroep als advocaat uit te oefenen, beroofd van de rol die het grootste deel van zijn leven had bepaald.
Een rol in ere hersteld
Het keerpunt kwam toen Mohamed deelnam aan een juridische opleidingsprogramma dat werd ondersteund door UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, en de Mastercard Foundation.
Tot nu toe hebben honderd ontheemde Soedanese juristen zich aangemeld voor het programma in Abéché, de regionale hoofdstad die ongeveer 150 kilometer ten westen van Adré ligt. Tot de groep behoren ervaren advocaten zoals Mohamed en Amira, maar ook pas afgestudeerden en studenten wier studie door het conflict werd onderbroken.
De opleiding werd geleid door professionals uit N'Djamena en Abéché, waaronder de voorzitter van het Hof van Beroep, de openbare aanklager en de eerste plaatsvervangend procureur-generaal. Het programma combineert theorie en praktijk en omvat onder meer het bijwonen van openbare rechtszaken.
Door een certificaat te behalen van de Organisatie voor de Harmonisatie van het Ondernemingsrecht in Afrika kunnen deelnemers na afronding van de opleiding als advocaat werkzaam zijn in Tsjaad en in 17 andere lidstaten.
"Voor mij draait het bij de wet om rechten. Als mensen hun rechten niet kennen, raken ze die kwijt," aldus Amni Youssouf, een andere deelnemer aan het opleidingsprogramma die onder vergelijkbare omstandigheden als Mohamed uit Soedan is gevlucht.
Amni Youssouf is van plan zijn juridische opleiding in te zetten om andere vluchtelingen in het kamp Iridimi te helpen.
Amni en zijn gezin bereikten uiteindelijk het oosten van Tsjaad, waar zijn jongste kind in het kamp Iridimi werd geboren. Net als veel andere professionals die in Iridimi een veilig onderkomen vonden, wilde hij zijn vaardigheden inzetten om andere ontheemde gezinnen te ondersteunen.
"Dankzij mijn juridische kennis kan ik altijd een helpende hand bieden," legde hij uit.
Nu hij een certificaat heeft behaald en een opleiding in Tsjadisch recht heeft gevolgd, is hij van plan zijn juridische vaardigheden in te zetten om mensen in kwetsbare situaties te ondersteunen. "Het eerste wat we gaan doen, is mensen bewust maken van de rechten van vluchtelingen", zei hij.
Voor Amni, Mohamed, Amira en anderen zoals zij heeft het leren van Tsjadisch recht hen in staat gesteld weer aan het werk te gaan, hun bestaan weer op te bouwen en hun vaardigheden in te zetten in een tijd waarin veel ontheemde gezinnen moeite hebben om hun weg te vinden in onbekende rechtssystemen.
"Deze workshop heeft me geholpen om uit een omgeving te komen waarin ik diep gefrustreerd was. Het heeft mijn vaardigheden weer teruggebracht," zei Amira.
"Zonder deze opleiding zouden velen van ons onze stem en ons vermogen om te handelen hebben verloren," concludeerde Mohamed.