UNHCR: 5,8 miljoen vluchtelingenkinderen gaan niet naar school, bezuinigingen brengen de behaalde vooruitgang in gevaar
UNHCR: 5,8 miljoen vluchtelingenkinderen gaan niet naar school, bezuinigingen brengen de behaalde vooruitgang in gevaar
De Centraal-Afrikaanse vluchtelingen Melissa en Fele gaan naar een plaatselijke school in Gado-Badzéré, Kameroen.
GENÈVE – In 2025 gingen wereldwijd bijna 6 miljoen vluchtelingenkinderen niet naar school, aldus UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie. Door steeds verdergaande bezuinigingen dreigen nog eens miljoenen kinderen de toegang tot het onderwijs te verliezen, waardoor jarenlange vooruitgang op het gebied van onderwijs voor vluchtelingen tenietgedaan dreigt te worden.
In het meest recente jaarlijkse onderwijsrapport van UNHCR, Pathways to the Future: Education, Opportunity and Self-Reliance, wordt geschat dat 5,8 miljoen, oftewel 44 procent van de 13,1 miljoen vluchtelingenkinderen wereldwijd in de schoolgaande leeftijd, vorig jaar niet naar school gingen.
"Als ik terugkijk op mijn eigen jaren als vluchteling, begrijp ik hoe belangrijk onderwijs is. Het heeft me kansen geboden die ik anders, door mijn ontheemding, wellicht niet had gehad. Het heeft me geholpen mijn leven weer op te bouwen en mijn eigen toekomst vorm te geven,” aldus Barham Salih, Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de VN. “Onderwijs biedt bescherming. Maar het is ook een weg naar kansen en zelfredzaamheid. In een tijd waarin de financiering van humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking onder zware druk staat, dreigen bezuinigingen op onderwijs decennia van collectieve investeringen teniet te doen en kansen voor een hele generatie jongeren te sluiten.”
De overgang naar het voortgezet onderwijs blijft een van de grootste uitdagingen voor leerlingen met een vluchtelingenachtergrond. Terwijl in 2025 65 procent van de vluchtelingenkinderen in de basisschoolleeftijd was ingeschreven in het basisonderwijs, ging slechts 32 procent naar het voortgezet onderwijs.
Voor vluchtelingenmeisjes staat de overgang naar het voortgezet onderwijs op het punt van instorten. Hoewel meisjes en jongens in grote lijnen in gelijke mate naar de basisschool gaan, wordt de kloof in het voortgezet onderwijs aanzienlijk groter, doordat armoede, veiligheidsrisico’s, vroegtijdige huwelijken en andere drukfactoren steeds meer adolescente meisjes van school verdrijven.
Tegen deze achtergrond laat de vooruitgang in het hoger onderwijs zien wat investeringen kunnen bereiken. De inschrijving van vluchtelingen in het tertiair onderwijs bereikte in 2025 een record van 11 procent, een stijging ten opzichte van 9 procent in 2024, waarbij meer dan 450.000 vluchtelingen voor het eerst in het hoger onderwijs waren ingeschreven – het hoogste niveau dat tot nu toe is geregistreerd. Dankzij deze stijging liggen UNHCR en haar partners op koers om de doelstelling te halen van 15 procent inschrijvingen van vluchtelingen in het hoger onderwijs tegen 2030, door middel van uitgebreide toegang tot universiteiten, beroepsopleidingen, mogelijkheden voor afstandsonderwijs, studiebeurzen en onderwijstrajecten in derde landen.
Hoger onderwijs kan voor vrouwen en meisjes een bijzonder ingrijpende verandering teweegbrengen, doordat het hen toegang biedt tot vaardigheden, diploma’s, werk en, mogelijk, veel grotere economische onafhankelijkheid. Maar de toegang blijft zeer ongelijk. In meer dan 80 procent van de landen die gegevens hebben verstrekt, bleef het aantal ingeschreven vluchtelingen in het hoger onderwijs vorig jaar onder het nationale gemiddelde. In landen met een laag inkomen en in conflictgebieden volgde slechts 2 procent van de vluchtelingen hoger onderwijs, tegenover 13 procent van de eigen bevolking.
Investeren in onderwijs voor vluchtelingen betekent ook het versterken van de nationale onderwijssystemen die zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen bedienen. Naarmate meer vluchtelingen samen met kinderen uit hun gastgemeenschappen onderwijs volgen, hebben scholen voldoende leraren, klaslokalen, lesmateriaal en financiering nodig om inclusie in de praktijk te laten slagen.
UNHCR dringt er bij de internationale gemeenschap en ontwikkelingspartners op aan om de financiering van het onderwijs veilig te stellen en te investeren in de nationale systemen van landen die vluchtelingen opvangen.
“Onze ambitie moet verder gaan dan kinderen gewoon in de klas houden. Ontheemding mag niet bepalend zijn voor de grenzen van het leven van een kind,” zei Salih. “Een kind dat vandaag kan leren, is beter toegerust om morgen een bijdrage te leveren en in zijn eigen onderhoud te voorzien, of het nu uiteindelijk naar huis terugkeert, zijn toekomst opbouwt in het land dat het onderdak heeft geboden, of elders kansen nastreeft. Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ze die kans krijgen.”