Na drie jaar oorlog zijn getroffen Soedanezen nog steeds op de vlucht
Na drie jaar oorlog zijn getroffen Soedanezen nog steeds op de vlucht
Soedanese binnenlandse ontheemden verblijven in een opvangcentrum in Tawila nadat ze in oktober 2025 zijn gevlucht uit El Fasher en de omliggende gebieden in Noord-Darfur.
Nu de crisis in Soedan haar vierde jaar ingaat, woeden de gevechten in grote delen van het land nog steeds voort, wat leidt tot nieuwe ontheemding en meer ellende voor miljoenen mensen, zonder dat er een einde in zicht is.
Sinds het uitbreken van de oorlog in april 2023 zijn ongeveer 14 miljoen mensen gedwongen te vluchten, waarvan 9 miljoen mensen in Soedan zelf ontheemd zijn en 4,4 miljoen de grens zijn overgestoken. Voor velen is ontheemding een herhalende en uitputtende cyclus van vluchten naar relatieve veiligheid, om vervolgens weer te moeten vluchten. Vandaag de dag is een op de vier Soedanezen ontheemd.
In grote delen van de staten Darfur, de Kordofans en Blauwe Nijl woedt het geweld voort. Door het recent toegenomen gebruik van luchtbombardementen en drones zijn nog meer mensen op de vlucht geslagen. Er vinden nog steeds mensenrechtenschendingen plaats, waaronder conflictgerelateerd seksueel geweld, gedwongen rekrutering, willekeurige arrestaties, bloedbaden en meer. Vooral burgers lopen gevaar; er komen regelmatig meldingen binnen van intimidatie, geweld en ontvoeringen tijdens hun vlucht naar een veilige plek.
Vrouwen en meisjes lopen nog steeds een verhoogd risico op seksueel geweld, uitbuiting en misbruik, vooral wanneer ze zich door onveilige gebieden verplaatsen. De ineenstorting van de gezondheidszorg, de wetshandhaving en de rechtspraak heeft een klimaat van wijdverbreide straffeloosheid gecreëerd. Slachtoffers van gendergerelateerd geweld worden geconfronteerd met aanzienlijke belemmeringen bij het melden van incidenten en het verkrijgen van toegang tot medische, psychosociale en juridische diensten, wat de cyclus van misbruik en onderrapportage verder versterkt.
Miljoenen kinderen hebben inmiddels drie jaar van hun jeugd als ontheemden doorgebracht, met verstrekkende gevolgen voor hun toekomst. De meesten hebben nauwelijks of geen toegang gehad tot onderwijs. Meer dan 58.000 kinderen zijn alleen in buurlanden aangekomen, gescheiden van hun families tijdens hun vlucht, vaak gewond en ernstig getraumatiseerd.
De buurlanden die het merendeel van de Soedanese vluchtelingen opvangen – met name Tsjaad, Egypte en Zuid-Soedan – bevinden zich op een breekpunt. De toestroom vanuit Darfur naar Tsjaad houdt aan, terwijl Zuid-Soedan moeite heeft om de Soedanese vluchtelingen en bijna 1 miljoen Zuid-Soedanezen te ondersteunen die sinds april 2023 zijn aangekomen, temidden van de eigen, groeiende crisis. Door de afnemende hulp en de beperkte mogelijkheden in alle gastlanden staan velen voor onmogelijke keuzes.
Tegelijkertijd keren veel ontheemde Soedanezen terug naar gebieden waar de gevechten grotendeels zijn afgenomen. Ongeveer 80 procent van hen bestond uit binnenlandse ontheemden, naast 890.000 vluchtelingen uit buurlanden. De meeste terugkeerders keren terug naar de staten Al Jazeera en Sennar, terwijl bijna 1,5 miljoen mensen terugkeren naar Khartoem, waar de omstandigheden erbarmelijk zijn; de infrastructuur en basisvoorzieningen zijn grotendeels verwoest, de economie is ingestort en het sociale weefsel is verscheurd. Het is van cruciaal belang om terugkeerders te ondersteunen om het risico op verdere ontheemding te beperken.
Ook onderneemt een groeiend aantal Soedanezen de gevaarlijke reis via Libië naar Europa. Tussen 2024 en 2025 zijn meer dan 14.000 Soedanezen in Europa aangekomen, een stijging van 232 procent sinds het begin van het conflict. Deze migratiebewegingen worden niet ingegeven door vrije keuze, maar zijn een reactie op het gebrek aan vooruitzichten op vrede en de onvervulde behoeften in Soedan en daarbuiten. Vrede, of op zijn minst beter gefinancierde humanitaire en ontwikkelingshulp, is dringend nodig om Soedanezen te ondersteunen zodat ze in waardigheid kunnen leven, waar ze ook zijn.
Na drie jaar oorlog is de crisis in Soedan nog steeds de grootste ontheemdingcrisis ter wereld en een van de ernstigste noodsituaties op het gebied van bescherming. En dit tegen een achtergrond van een ernstig wereldwijd tekort aan financiering. Hulporganisaties, waaronder UNHCR, hebben tot nu toe 16 procent ontvangen van de 2,8 miljard dollar die nodig is om hulp te bieden in Soedan, en 6 procent van de 1,6 miljard dollar voor de regionale vluchtelingenhulp.
Zonder hernieuwde en aanhoudende wereldwijde aandacht en steun zullen het leed en de risico's voor de miljoenen ontheemden en voor de bredere regio alleen maar toenemen, waardoor deze crisis nog destabiliserender en duurder wordt om op te lossen. Een prijs die Soedan, en de wereld, zich niet kan veroorloven.