UNHCR brengt rapport uit: ‘In de eerste plaats een kind’

In 2018 hebben 1.225 alleenstaande kinderen in Nederland asiel aangevraagd. Zij hebben extra aandacht en bescherming nodig. UNHCR onderzocht hun situatie en presenteert vandaag haar bevindingen en aanbevelingen.

Een alleenstaand kind is een kind dat niet in zijn of haar land van herkomst is, dat is gescheiden van beide ouders of een ander persoon die het gezag over hem of haar heeft. In Nederland worden deze kinderen alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) genoemd. In 2018 hebben 1.225 alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Nederland asiel aangevraagd.

Kwetsbaar

Alleenstaande kinderen hebben extra aandacht en bescherming nodig omdat de potentiële blootstelling aan risicofactoren hoger is. De belangrijkste bescherming van hun ouders ontbreekt immers. Ze zijn ook meer kwetsbaar omdat zij vaak geen hechte relaties hebben die hen kunnen helpen om beter om te gaan met moeilijke gebeurtenissen.

Amv’s zijn gewone kinderen in een ongewone situatie. Ze zijn vaak onzeker over hun toekomst, hebben vaak ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt in hun land van herkomst en/of tijdens de reis naar Europa. Tegelijkertijd zijn veel ze veerkrachtig en optimistisch en willen vaak niet graag als ‘bijzonder’ worden beschouwd. De meesten zijn gemotiveerd om een nieuw leven in Nederland te beginnen en een toekomst op te bouwen.

Het onderzoek

UNHCR heeft de situatie van alleenstaande kinderen in Nederland is in kaart gebracht en mogelijke verbeterpunten opgesteld. We hebben gekeken hoe het belang van het kind verder voorop, centraal en in beeld kan worden gebracht. Dit deden we niet alleen. De bevindingen zijn opgesteld na een uitgebreide consultatie van amv’s, ex-amv’s tussen 16 en 21 jaar en allerlei instanties die met hen te maken hebben,  zoals onder andere Nidos, COA, advocaten en andere deskundigen.

De bevindingen in het kort

Alle kinderen, inclusief amv’s, zijn in de eerste plaats een kind. Dit houdt in dat ongeacht de reden dat amv’s zijn gevlucht of migreren en hun verblijfstatus, zij eerst en vooral kinderen zijn en dus ook als kind moeten worden behandeld.

In het bijzonder hebben de gesprekken met stakeholders, vooral de gesprekken met (ex) amv’s duidelijk gemaakt dat:

– Deze kinderen nog niet goed genoeg worden betrokken bij beslissingen die hen aangaan;

– Deze kinderen nog niet goed en vaak genoeg worden gevraagd naar hun mening;

– Deze kinderen nog niet genoeg op een kindvriendelijke manier worden geïnformeerd;

– Deze kinderen staan nog niet genoeg centraal staan; en

– Het belang van deze kinderen nog niet altijd genoeg voorop staat.

 

In de woorden van de (ex)amv’s, met wie gesproken is tijdens dit project: :

“Geef ons de tijd om bij te komen”

De meerderheid gaf aan dat zij overweldigd en in de war waren bij aankomst in Nederland. Alleenstaande kinderen belanden vrijwel meteen in een asielrechtelijke procedure die start met de aanmeldprocedure. Ze ontmoeten veel verschillende instanties en moeten vaak meerdere malen hun verhaal vertellen. Hierdoor begrijpen amv’s hun situatie niet goed. Ze voelen zich niet goed voorbereid, kunnen nog onvoldoende onderscheid maken tussen de verschillende instanties en organisaties en krijgen vaak niet de kans om een gevoel van vertrouwen en veiligheid op te bouwen.

“Informeer ons”

Het gevoel van verwarring wordt versterkt doordat er vaak niet (voldoende) op een kindvriendelijke manier wordt geïnformeerd. Alle (ex)amv’s met wie gesproken is gaven aan meer informatie te willen over de procedures, organisaties en vooral over hun rechten en plichten. Informatie over de opvang, registratie, asielprocedure, staatloosheid, en eventuele andere procedures, moet zo snel mogelijk na aankomst gegeven worden. Deze informatie moet kindvriendelijk zijn, aangepast zijn aan de leeftijd en belevingswereld en verstrekt worden op een manier en in een taal die zij begrijpen.

“Luister naar ons”

De (ex)amv’s gaven aan dat zij structureel momenten missen om hun stem te laten horen, om hun ideeën te delen en hun meningen te uiten. Het betrekken van amv’s in de processen die hen aangaan lijkt vanzelfsprekend, echter missen zij allemaal “het gevoel dat er echt naar je geluisterd wordt”. Medewerkers van alle instanties en organisaties die in aanraking komen met amv’s bij zouden gebaat zijn bij meer training in communicatie met kinderen en de bijzondere behoeften van (alleenstaande) kinderen.