Verschillende risicogroepen

Jongens en mannen worden vaak over het hoofd gezien wanneer het om gedwongen verhuizing gaat. In realiteit raken mannen vaak rechtstreeks verwikkeld in gewapende conflicten, ze worden onder dwang ingelijfd in het leger of milities en ervaren vaak een sterk verlies van eigenwaarde. De rolverdeling tussen mannen en vrouwen verandert namelijk wanneer gezinnen en gemeenschappen op de vlucht slaan.

Bijna 50% van alle vluchtelingen zijn meisjes of vrouwen. Vrouwen die niet langer de bescherming genieten van hun huis, hun familie en hun overheid zijn vaak bijzonder kwetsbaar. Tijdens hun vlucht en omzwervingen worden ze soms slachtoffer van ongewenste intimiteiten en seksueel misbruik – zelfs wanneer ze denken een veilige toevlucht te hebben gevonden.

Bij een gedwongen verhuizing worden kinderen, meer nog dan anderen, blootgesteld aan geweld, uitbuiting, misbruik en verwaarlozing. Omdat ze afhankelijk zijn van volwassenen om te kunnen overleven, ze bijzonder gevoelig zijn voor lichamelijke en psychologische trauma’s en ze specifieke noden hebben om zich normaal te kunnen ontwikkelen en op te groeien, zijn kinderen uitermate kwetsbaar. Daarom verdienen ze bijzondere aandacht.

Oudere vluchtelingen en ontheemden hebben ook specifieke noden die bij de planning en programmering van de humanitaire hulpverlening al te vaak over het hoofd worden gezien. Ouderen zijn sowieso kwetsbaarder en al helemaal wanneer een conflict uitbreekt of wanneer zich een natuurramp voordoet. Een beperkte mobiliteit, verminderde zichtbaarheid en chronische aandoeningen zoals artrose of reuma zorgen ervoor dat ze moeilijk toegang krijgen tot hulp.

Personen met een handicap blijven grotendeels onzichtbaar en ze worden binnen hun ontwortelde gemeenschap vaak ‘vergeten’. Ondanks alle inspanningen om meer en beter tegemoet te komen aan de noden van de meest kwetsbaren – zij die het meeste gevaar lopen – zijn de hulp- en beschermingsmaatregelen die voor hen worden uitgewerkt maar zelden afgestemd op hun werkelijke noden. Vaak ontbreken gerichte identificatie- en oriëntatieprocedures alsook aangepaste en toegankelijke diensten. Dat leidt ertoe dat honderdduizenden personen met een handicap in de praktijk niet de humanitaire hulp krijgen waar ze recht op hebben.